Iedere sporter wil graag bij het winnende team spelen en begeleid worden door de beste trainers en coaches. In de ‘gewone’ wereld geldt iets dergelijks. Afgestudeerden gaan graag werken bij grote, rijke en succesvolle internationale bedrijven, omdat ze zich daar het best verder kunnen ontwikkelen. Voor het onderwijs geldt, dat docenten graag bij de beste universiteit of hogeschool van Nederland willen werken en studenten graag aan zo een universiteit of hogeschool willen studeren, waar de beste docenten les geven. Bedrijven (profit en non-profit) nemen graag stagiairs en afgestudeerden van de beste universiteit of hogeschool, omdat ze daarmee de beste garantie hebben op het in huis halen van ‘kwaliteit’.  Dit leidt ons tot de vragen: Wat is kwaliteit, hoe verbeter je de prestaties van je instelling, wat levert dat op en wat zul je daarvoor moeten en willen doen?

Johan Cruijff heeft een mooie en treffende uitspraak gedaan: “Het zijn de besten die zich verbeteren”. Volgens zijn logica moeten de besten het hardst werken om de beste te blijven. Degene die op enig moment niet de beste was, wil dat graag worden en gaat daarvoor nog meer zijn best doen. Om de beste te blijven, zul je dus je eigen prestaties voortdurend moeten willen verbeteren. Je concurrentie zit nooit stil. En resultaten uit het verleden hebben maar een beperkte houdbaarheid.

Basketbalcoach Ton Boot (15 kampioenschappen in 21 seizoenen als coach) kreeg van NOC/NSF voorzitter Erica Terpstra in februari 2004 de award ‘Coach van het jaar 2003’ uitgereikt. Desgevraagd meldde hij dat hij wel vereerd was - vooral omdat zijn collega’s hem die eer gaven - maar dat het hem verder niet zo veel deed, omdat zijn prestaties in 2003 geschiedenis waren en niet van belang waren in de huidige kampioensstrijd met zijn team. XS4all (internetprovider) is na consumentenonderzoek uitgeroepen tot de beste onder de internetaanbieders in Nederland. Zij bedankt daarvoor haar klanten in een advertentie met de volgende schitterende kop: “U geeft ons een 8. Daar gaan we wat aan doen.”

Dat drukt de spirit uit die noodzakelijk is om jezelf en je organisatie te verbeteren. In de wereld van de beursgenoteerde ondernemingen heeft die spirit geleid tot het buitenproportioneel nastreven van het belang van de aandeelhouders. Alle kwaliteitsverbeteringen die werden ontwikkeld en toegepast (met BPR/BPI , Lean en SixSigma als technieken en met Balanced Scorecards en Management Information Systems als instrumenten) waren uiteindelijk gericht op het verhogen van het rendement en de beurskoers van de onderneming. De belangen van de samenleving en de medewerkers leken in deze van ondergeschikt belang. Het voorbeeld van de financiële dienstverleners spreekt in dit verband boekdelen. Monocultuur leidt in ons ecosysteem altijd tot verzwakking, afbraak en uiteindelijk de ondergang van de (sub-) cultuur. Een biologische wetmatigheid die ook geldt voor de maatschappelijke en de economische realiteit.

In het rapport “Presteren in het onderwijs; van ambitie naar realisatie” van de werkgroep Onderwijs van het Instituut Nederlandse Kwaliteit (INK) wordt een aantal verbeterpunten gegeven met betrekking tot de bedrijfsvoering in het Hoger Beroepsonderwijs en Wetenschappelijk Onderwijs. Deze luiden:

  • Er is weinig aandacht voor veranderstrategie en veranderingsprocessen;
  • De doorvertaling van strategie en beleid naar de operatie loopt moeizaam;
  • Er is te weinig stimulering van medewerkers voor vernieuwing;
  • Service Level Agreements (SLA) en Dienstverleningsovereenkomsten met de ondersteunende diensten werken onvoldoende door in de serviceverlening aan de primaire onderwijsprocessen. Andersom: de primaire onderwijsprocessen weten hun vraag naar ondersteuning niet duidelijk te stellen;
  • Informatie over stakeholders wordt voor een deel verzameld, maar het is vaak nog registratieve informatie en geen sturingsinformatie;
  • Een stelselmatige verbetercyclus ontbreekt meestal nog en is niet ingebouwd in de plan & control cyclus.

In het rapport wordt voorts de ambitie van het onderwijs als volgt omschreven: ”De onderwijsinstelling van de toekomst is een taakbewuste zelfstandige maatschappelijke onderneming, die intrinsiek gestuurd werkt aan het voldoen aan de behoeften en wensen van het klantsysteem en daarmee een wezenlijke bijdrage levert aan de kwaliteit van de maatschappelijke omgeving.”

Deze ambitie is overigens prima voor elke onderneming en daarmee ook voor het Wetenschappelijk en Hoger Beroepsonderwijs. Niemand zal er tegen zijn, net als de wereldvrede en voldoende voedsel voor iedereen. Om dergelijke ambities echter ook waar te kunnen maken moet er wel het nodige gebeuren.

Om te beginnen zal het huidige kwaliteitsbeleid moeten worden geëvalueerd. Is het kwaliteitsbeleid verankerd in de strategie van de instelling? Is het erop gericht de beste studenten en de beste docenten aan te trekken, te binden en te boeien? Werken alle medewerkers in het besef dat hun prestatie bepaalt of de instelling de beste is of wordt?


Bookmark and Share