Wat mij enorm bezighoudt is de vraag hoe ' een instelling voor hoger onderwijs' een kwaliteitscultuur ontwikkelt, vestigt en levend houdt. Wat wordt er nu (door de NVAO en de instellingen) verstaan onder een kwaliteitscultuur?
Wikipedia omschrijft cultuur als volgt:"Cultuur in het algemeen verwijst naar het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren, die deze activiteiten een zekere betekenis geven .
Ronald Plasterk schreef in 2010 (in zijn hoedanigheid van Minister van Onderwijs): "Om die goede kwaliteit te handhaven en te verbeteren, hebben we in de eerste plaats behoefte aan een sterke kwaliteitscultuur in de instellingen, gedragen door de professionals. Een te grote nadruk op extern toezicht doet immers afbreuk aan de eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de instellingen. (zie: http://tiny.cc/3g6ru )
Het gaat er dus om dat er binnen een instelling voor Hoger Onderwijs een patroon van menselijke activiteit of handelen van - vooral - de professionals waarneembaar is, al dan niet bevestigd, gelegitimeerd en ondersteund door symbolische en formele structuren (denk aan managent, staf, kwaliteitsmetingen, audits), gericht op het handhaven en verbeteren van de goede kwaliteit van ons hoger onderwijs. Doordat een dergelijke kwaliteitscultuur er is, wordt de eigen verantwoordelijkheid en redzaamheid van de instelling bevestigd, kan het vertrouwen groeien en wordt een (te) sterke nadruk op extern toezicht voorkomen.
Maar hoe meet je dat nu? Hoe weet je nu dat 'dat patroon van menselijke activiteit' inderdaad leidt tot een continue verbetering van het onderwijs? Ligt de nadruk binnen de instellingen niet te sterk op de 'symbolische en formele structuren' die zijn ingericht om de menselijke activiteit te ondersteunen en legitimeren? Is het verband tussen de symbolische en formele structuren en de dagelijkse dynamische praktijk van de professionals sterk genoeg om te kunnen vertrouwen op de werking van die structuren. Wijzen de recente ervaringen naar aanleiding van gericht onderzoek van de Inspectie daarop?
Ik denk van niet. Ik ben benieuwd naar jouw inzichten en mening. Je kunt reageren op deze blog (zie onder) of mij een mail sturen op baris@phanes.nl
Het afgelopen jaar zijn mijn collega Viktor Markowski en ik intensief aan de slag gegaan met het ontwerpen en ontwikkelen van een test voor WO- en HBO-instellingen en opleidingen. De KwaliteitsSysteemTest KST™ zoals wij hem hebben genoemd, is klaar!
Met behulp van deze test kan worden vastgesteld of en in hoeverre de instelling of de door haar aangeboden opleidingen accreditatiewaardig zijn en bovenal of er stelselmatig en systematisch aan de daarvoor benodigde kwaliteit wordt gewerkt. Daarvoor hebben we de standaarden van het (nieuwe) accreditatiestelsel gekoppeld aan onderdelen van het INK-model. Door middel van het beantwoorden van een vragenlijst (via internet) door circa 10-15 medewerkers van een opleiding wordt helder hoe de betreffende opleiding er voor staat. Elders op onze site vindt u veel meer informatie over de KwaliteitsSysteemTest KST™ .
Gedurende de ontwikkeling van ons product hebben we talloze HO-instellingen bezocht en deans, opleidingsmanagers, domein-directeuren, Heads of School, kwaliteitsmedewerkers, auditors en een enkel lid van een College van Bestuur geïnterviewd. De afgelopen maand zijn we gestart met het presenteren van ons product en enkele van de reacties wil ik graag met u delen.
Toen we onze 'klanten' vertelden dat ons product klaar was en hoe fantastisch het wel niet werkte, kregen we beleefde knikjes en gehum als reactie. Vragen over details werden gesteld en door ons keurig beantwoord. Onze gesprekspartners geloofden ons als we alle voordelen en unieke kenmerken opnoemden die de KwaliteitsSysteemTest KST™ heeft.
Uiteindelijk waren we dan toe aan een korte demo van ons product. We hadden gefingeerde data (ingevuld door 2 managers, 6 docenten en 2 kwaliteitsmedewerkers) verwerkt en de uitkomsten konden we presenteren aan onze gesprekspartners. Eerst een plaatje met het totaalresultaat van de opleiding en daarna de totaalscores per onderdeel van het accreditatiestelsel en het INK-model.
We lieten zien welke vragen er waren gesteld per accreditatieonderdeel en hoe deze in het algemeen en door de verschillende groepen in het bijzonder waren beantwoord. Dit lieten we ook zien per INK-onderdeel.
Now we were talking!
“Aha” , riep een van onze ‘klanten’, “je kunt dus precies zien hoe het komt dat je op een onderdeel slecht of goed scoort! Dan kun je dus ook goed bepalen wat je zult moeten aanpakken om je opleiding op dat onderdeel te verbeteren?”
Wij hoefden dit slechts te bevestigen en de vele analysemogelijkheden te laten zien die onze KwaliteitsSysteemTest KST™ in zich bergt.
Conclusie:
Ons product voorziet duidelijk in een behoefte. Een behoefte van opleidingsmanagers, directieleden, Colleges van Bestuur, kwaliteitsmanagers en Heads of School om snel en op elk gewenst moment de stand van zaken vast te kunnen stellen met betrekking tot de accreditatiewaardigheid en de kwaliteit van een opleiding, een domein of school of de gehele instelling. En dit dan vooral zonder dat het een groot beslag legt op mensen en financiële middelen .
Welaan verantwoordelijken en bestuurders in WO- en HBO-Land: De Phanes | Adviseurs Viktor Markowski en Leendert Baris komen eraan.

Commentaren toevoegen