Werkwijze toetsing nieuwe opleiding
- Uitgangspunten voor de toetsing zijn de wet en de onderwerpen, facetten, criteria en beslisregels uit het toetsingskader.
- De instelling stelt voor de nieuwe opleiding documenten op die een beeld geven van de door haar voorgenomen nieuwe opleiding en die voldoet aan de wettelijke eisen. Daarbij levert de instelling de volgende informatie:
- een beschrijving van de opleiding aan de hand van de onderwerpen en facetten van het toetsingskader
- een beschrijving hoe de opleiding wordt afgestemd op de beroepsvereisten vanuit het beroepenveld
- een financieel overzicht met uitgaven voor het tot stand brengen van de opleiding
- een beschrijving van het benodigde personeel naar omvang en kwalificatie
- De instelling dient een aanvraag voor toetsing van de nieuwe opleiding in bij de NVAO, vergezeld van de onder 2 genoemde informatie. Tevens wordt bij de aanvraag aangegeven:
- of de opleiding (in vergelijkbare vorm) al bestaat in het Nederlandse hoger onderwijs dan wel of er sprake is van een opleiding die nieuw is voor het hoger onderwijs in Nederland
- of de voorgenomen opleiding opleidt voor HBO-bachelor, HBO-master, WO-bachelor of WO-master
- welke varianten van de opleiding (voltijd, deeltijd en/of duaal) worden aangevraagd
- of het een initiële dan wel postinitiële opleiding betreft
- of het gaat om een of meerdere vestigingsplaatsen
- Op grond van de onder 3 genoemde gegevens stelt de NVAO vast in hoeverre sprake is van een opleiding die nieuw is voor het Nederlandse hoger onderwijs. Op basis hiervan beslist de NVAO hoe breed de beoordeling moet zijn, of bij de toetsing externe deskundigen worden ingeschakeld en over welke expertise deze eventuele externe deskundigen moeten beschikken.
- De feitelijke toetsing wordt uitgevoerd in opdracht van de NVAO. De bij de toetsing gehanteerde domeinspecifieke criteria sluiten aan bij de criteria uit het toetsingskader.
- In de toetsing wordt onderzocht of de voornemens en de documenten voldoen aan de criteria uit het toetsingskader. De toetsing resulteert in een samenvattend oordeel over de nieuwe opleiding, dat wordt gemotiveerd in een toetsingsrapport.
- De NVAO beoordeelt het toetsingsrapport en het daarin uitgesproken samenvattende oordeel en toetst dat aan het toetsingskader. Daarbij worden de drie volgende criteria gehanteerd:
- Het kwaliteitsoordeel bij de toetsing is - voor zover relevant - mede gebaseerd op een vergelijking met verwante andere opleidingen en internationaal geaccepteerde criteria voor opleidingen in het desbetreffende domein.
- Het toetsingsrapport maakt duidelijk, dat de nieuwe opleiding al of niet aan de criteria voor basiskwaliteit voldoet. Het rapport behandelt minimaal de zes in dit toetsingskader genoemde onderwerpen, waarbij per onderwerp aan alle facetten aandacht wordt besteed. Voor ieder facet wordt een waardering voldoende of onvoldoende gegeven, op basis waarvan per onderwerp een oordeel wordt gegeven. De oordelen worden zo goed mogelijk beargumenteerd met feiten en analyses. Het rapport wordt afgerond met een samenvattend oordeel over de nieuwe opleiding.
- Het toetsingsrapport beschrijft de bij de toetsing gevolgde werkwijze. Daarbij wordt duidelijkheid gegeven over:
- gehanteerde methoden
- gebruikte informatiebronnen
- indien van toepassing het bij de toetsing gehanteerde referentiekader
- Op grond van de uitkomst van de toetsing neemt de NVAO een beslissing. Het voornemen tot dit besluit wordt eerst schriftelijk meegedeeld aan de instelling, die dan twee weken de mogelijkheid heeft om te reageren. Indien de opleiding voldoet aan de criteria uit het toetsingskader is er sprake van een positief toetsingsbesluit van de NVAO. In dat geval zal de opleiding voor de duur van zes jaar kunnen worden aangeboden. In het geval van de bekostigde opleidingen is tevens vereist dat het oordeel van de minister over de (toets op) macrodoelmatigheid positief is. De instelling dient binnen zes maanden na het positieve besluit van de NVAO de nieuwe opleiding te laten registreren in het CROHO, anders vervalt het besluit.
- Voor de instelling staan de wettelijke mogelijkheden van bezwaar en beroep tegen het besluit open.
- De NVAO geeft publieke bekendheid aan het resultaat van de toetsing.
